Codependentie is een populaire term die vaak gebruikt wordt om een bepaald gedragspatroon te beschrijven. Er is echter geen officiële definitie en er zijn geen vastgestelde criteria, waardoor codependentie geen erkende diagnose is binnen de GGZ. Toch zijn er inmiddels heel wat boeken over geschreven en kom je de term op internet veelvuldig tegen. Er zijn ook Facebookgroepen waar mensen die zich door de term aangesproken voelen, elkaar vinden en helpen.
In deze blog wil ik daarom beschrijven wat meestal wordt verstaan onder de term codependentie en waar de term vandaan komt. Ik bespreek de vaak genoemde combinatie van narcistisch en codependent gedrag en laat aan de hand van voorbeelden van sociale media zien hoe codependent gedrag zich in relaties kan uiten. Vervolgens bespreek ik de relatie tussen codependentie en hechting, waarom ik van mening ben dat het nuttig kan zijn om de term binnen de GGZ te gebruiken en wat je kunt doen om codependent gedrag te doorbreken.
Geschiedenis
De term codependentie werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt in de jaren ’70. Het beschreef mensen die door hun betrokkenheid bij iemand met een verslaving ongezonde manieren ontwikkelden om met het leven om te gaan, waarbij hun gedrag soms onbedoeld de verslaving van de ander in stand houdt. In 1986 werd er vanuit groepen voor naasten van verslaafden een aparte organisatie opgericht: ‘Co-Dependents Anonymous’ – afgekort als CoDA, met een 12-stappen programma gericht op herstel van codependentie.
Deze organisatie is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd zelfhulpnetwerk, met ook een Nederlands-Vlaamse afdeling (Co-Dependents Anonymous Nederland – Vlaanderen). Inmiddels richt de organisatie zich niet meer specifiek op naasten van mensen met een verslaving, maar is iedereen met een verlangen naar volwaardige en liefdevolle relatie welkom.*
Later zijn steeds meer psychische hulpverleners, schrijvers van zelfhulpboeken en digitale makers de term codependentie gaan gebruiken.

Zie pagina ‘Bibliotherapie’ voor meer boeken.
Wat is codependentie?
Zoals ik al schreef, is er geen officiële definitie van codependentie, maar kenmerken die meestal genoemd worden zijn: sterk zelfopofferend gedrag, een grote focus op de behoeften van anderen, onderdrukking van de eigen emoties en pogingen om de problemen van anderen op te lossen.
Zoals de term ‘codependentie’ suggereert zijn er twee mensen nodig die op een bepaalde manier van elkaar afhankelijk zijn om van ‘codependent’ gedrag te kunnen spreken. De relatie blijft niet in stand door enkel het gedrag en de behoeften van de één, maar ook van de ander. In de meeste beschrijvingen van codependentie ligt de focus echter op de persoon die het hierboven beschreven gedrag vertoont, vaak in relatie tot iemand die vermijdend gehecht is of narcistisch gedrag vertoont.
De combinatie narcist – codependent
Er wordt vaak gesteld dat mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis ‘codependents’ aantrekken, omdat deze de behoeften van de ander vooropstellen en zich makkelijk ondergeschikt opstellen. Hoewel ik hier geen onderzoekscijfers over kan vinden, denk ik dat dit zo kan zijn. Ook op Facebookgroepen met als onderwerp ‘het omgaan met een narcist’ of het loskomen en genezen hiervan, zijn veel mensen die kenmerken van codependentie vertonen of zich hiermee identificeren.
Daarbij moet aangetekend worden dat mensen zelf vaak het etiket ‘narcist’ voor een (ex-)partner gebruiken, zonder dat er officieel een narcistische persoonlijkheidsstoornis is vastgesteld. Het gedrag van de ‘Narc’ of de ‘Nex’ (de ex-partner met narcistisch gedrag) dat in dergelijke groepen beschreven wordt, kan echter vaak wel passen bij narcistische trekken of narcistisch gedrag. Maar het kan soms ook gaan om gedrag dat wijst op een sterk vermijdend (ook wel ‘afwijzend’ genoemd) hechtingspatroon. Het denigrerend-afwijzende subpatroon, waarbij iemand emoties afweert door te rationaliseren, te bagatelliseren of de ander te kleineren, kan al gauw verward worden met narcisme.

Codependentie op sociale media
De eerdergenoemde kenmerken zijn duidelijk terug te zien in de posts op groepen met mensen die zichzelf als ‘codependent’ zien. Je ziet vaak dat ze zich erg op de partner richten en zich veel bezighouden met zijn of haar wereld. Het eigen leven wordt opzijgezet om de ander te ontlasten. Zij reizen bijvoorbeeld altijd naar de ander die op afstand woont toe, zodat de relatie voor de ander niet te zwaar wordt. Of eigen afspraken worden afgezegd om een nieuw huis voor de partner en zijn kinderen op te knappen.
Wat ook opvalt in veel van deze posts, is dat er gedrag van de partner beschreven wordt dat duidelijk onacceptabel is, zoals kleineren, schelden en soms ook fysiek geweld, en deze mensen dit al langere tijd ondergaan. Deze mensen trekken dan vaak hun eigen oordeel in twijfel en vragen daarom om hulp, terwijl het voor een buitenstaander duidelijk is dat de partner zich misdraagt. Ze betrekken het vaak op zichzelf, terwijl ze ergens ook wel weten dat er iets mis is met het gedrag van de partner en hun reactie erop. Ze zijn immers niet voor niets lid geworden van een dergelijke groep.
Ondanks hun ervaringen met de partner blijven ze teleurgesteld wanneer hij of zij weer niet communicatief en empathisch reageert, en ze weer grof behandeld worden. Alsof ze verwachten dat het op een dag vanzelf anders zal gaan. Vaak proberen ze de partner naar therapie te krijgen, in de hoop dat dat alles zal veranderen. Het komt echter zelden voor dat de partner gaat, maar mensen kunnen deze hoop lang houden.
De relatie tussen codependentie en hechting
Je vraagt je al gauw af waarom deze mensen hun partner niet verlaten, maar dat is niet zo eenvoudig omdat oude hechtingsbehoeften hierbij een rol spelen. Je kunt codependentie daarom ook zien als een gedragspatroon dat voortkomt vanuit onveilige hechting.
De kenmerken van codependentie komen sterk overeen met de strategieën die horen bij het angstige hechtingspatroon. Iemand met dit patroon heeft tijdens de jeugd geleerd dat liefde en veiligheid onzeker of voorwaardelijk zijn. Daarom heeft het kind strategieën ontwikkeld om de ander dichtbij te houden, zoals de aandacht voortdurend op de ander richten, veel bevestiging zoeken en de ander ‘pleasen’ ten koste van de eigen behoeften en grenzen.
De kans is groot dat iemand met dit hechtingspatroon zich aangetrokken voelt tot partners die zich, net als de ouder(s), zich onvoorspelbaar gedragen en emotioneel niet echt beschikbaar zijn. Dit gedrag triggert vervolgens niet enkel de oude angst om verlaten te worden, maar ook het oude verlangen om eindelijk gezien en geliefd te worden. Dit verlangen kan zo sterk zijn dat iemand niet meer rationeel naar de relatie kan kijken. De vaak schaarse momenten waarop er wel liefde en aandacht wordt gegeven, kunnen de hoop in stand houden dat het uiteindelijk toch goed zal komen.
Ook bij het gedesorganiseerde hechtingspatroon kun je codependent gedrag zien, maar dit wordt afgewisseld met gedrag waarmee de partner juist wordt weggeduwd. Daarom wijst codependent gedrag niet per se op een angstig hechtingspatroon, al is de term ‘codependentie’ bij mensen met een gedesorganiseerd hechtingspatroon vanwege hun tegenstrijdige gedrag wel minder passend.
Het nut van de term ‘codependentie’
Hoewel codependentie geen officiële diagnose is, denk ik dat het wel degelijk nuttig kan zijn om deze term binnen de GGZ te gebruiken, omdat het een heel herkenbaar gedragspatroon beschrijft. Wanneer iemand zichzelf hierin herkent, kan worden onderzocht hoe dit gedrag is ontstaan en of het voortkomt uit een angstig of gedesorganiseerd hechtingspatroon. Dit kan dan het uitgangspunt zijn om eraan te gaan werken.
Hierbij is het belangrijk om niet enkel te focussen op de partnerrelatie, omdat het gedragspatroon ook voorkomt in de relatie met de kinderen, in vriendschappelijke relaties en op het werk. Door hier inzicht in te krijgen, kan iemand het patroon in al deze relaties gaan herkennen en ermee aan de slag gaan.
Hoe doorbreek je codependent gedrag?
Omdat codependent gedrag een gevolg is van onveilige hechting, kun je dit gedrag veranderen door aan je hechting te werken. Je kunt hier zelf mee aan de slag gaan, bijvoorbeeld met de algemene tips en de tips voor het angstige hechtingspatroon op deze website. Ook kunnen boeken en video’s over codependentie helpen om meer inzicht te krijgen in je gedrag en om hieraan te werken.
Ik zou aanraden om te beginnen met contact maken met je innerlijke kind. Je innerlijke kind is een deel van jezelf dat is gevormd in je vroege jaren. Dat deel kan nog steeds een sterk verlangen met zich meedragen naar de liefde, aandacht en erkenning die het vroeger heeft gemist. Daardoor kan dit deel je gedrag in het heden sterk beïnvloeden. Zolang je je daar niet bewust van bent en er geen grip op hebt, kan het als het ware het roer overnemen van de volwassene in jou die ergens best weet dat bepaald gedrag of de relatie niet goed voor je is.
Wanneer je het onderscheid kunt maken tussen je volwassen deel en je innerlijke kind, kun je vanuit je volwassen deel het gedrag van je innerlijke kind gaan begrenzen en vervangen door gedrag dat gezonder voor je is. Het kan daarbij helpen om zelf het kind te geven wat het nodig heeft, zodat het dit niet meer bij een ander hoeft te zoeken die nooit kan geven wat de ouder vroeger niet heeft gegeven.
Wanneer je bijvoorbeeld een ongezonde relatie uiteindelijk verbroken hebt en je voelt dat het kind angstig is en wil dat je – desnoods op je knieën – teruggaat naar je ex, kun je het zeggen dat dit niet gaat gebeuren en het kind troosten en afleiden. In het begin zal dit niet makkelijk zijn en zul je merken dat een deel in jou hier hard tegen in protest gaat. Maar telkens wanneer je volhoudt, zal je volwassen deel sterker worden en zal ook de band met jezelf beter worden.
Wanneer je merkt dat je zelf niet echt vooruitkomt, is het verstandig om deskundige hulp te zoeken. Omdat er bij het gedesorganiseerde hechtingspatroon altijd sprake is van trauma, zou ik bij dat patroon zeker professionele hulp zoeken.
* Bron: Co-Dependents Anonymous Nederland – Vlaanderen




