Het veilige hechtingspatroon

Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan een kind een veilig hechtingspatroon ontwikkelen. Maar hoe ziet dat er bij volwassenen eigenlijk uit? 

Stralende vader met blije dochter op zijn nek als symbool voor het veilige hechtingspatroon

Waaraan herken je iemand met een veilig hechtingspatroon?

Net als bij de voorwaarden voor een veilig hechtingspatroon geldt ook hier dat de vraag waaraan je iemand met een veilig hechtingspatroon kunt herkennen, in elk boek en op elke website over hechting anders wordt beantwoord. Er zijn ook mensen die niet spreken over ‘veilige hechting’, maar bijvoorbeeld over ‘emotioneel volwassen zijn’. Deze omschrijving vat de belangrijkste kenmerken van veilige hechting naar mijn idee goed samen:

Mensen met een veilig hechtingspatroon hebben een positief zelfbeeld en vertrouwen in anderen. Ze zijn zich bewust van hun gevoelens en kunnen deze ook uiten. Daarbij zijn ze in staat om gezonde, stabiele relaties te ontwikkelen, waarin ze zich comfortabel voelen met zowel nabijheid als autonomie.

Omdat veilige hechting meer inhoudt dan in een paar zinnen te omschrijven valt, geef ik hieronder ook een lijst met kenmerken. Met deze lijst kun je een indruk krijgen van je eigen staat van hechting en die van anderen. Het is echter geen checklist waaraan je altijd en volledig moet voldoen, want niemand is perfect.

De lijst sluit aan bij de vragenlijst op de pagina ‘Wat is hechting’, maar is iets uitgebreider.

Mensen die veilig gehecht zijn:

  • Zelfbeeld: hebben zelfvertrouwen en gevoelens van eigenwaarde (positief zelfbeeld), en zijn realistisch over hun kwaliteiten en tekortkomingen
  • Emotieregulatie: kunnen hun emoties echt voelen zonder er snel door overweldigd te raken of ze weg te duwen, en weten goed om te gaan met bijvoorbeeld spanning, verdriet of boosheid
  • Autonomie: durven zichzelf te zijn, nieuwe dingen te doen, keuzes te maken, en kunnen ook zelfstandig zijn binnen een relatie
  • Anderen: kunnen ontspannen in relaties omdat ze vertrouwen op de verbinding met de ander, ook als die tijdelijk (emotioneel) afwezig is. 
  • Grenzen: herkennen en respecteren hun eigen grenzen en kunnen aangeven wanneer deze overschreden worden, en ze respecteren de grenzen van anderen
  • Afstemming: kunnen zich goed afstemmen op de emoties en behoeften van hun partner, kinderen en anderen
  • Vertrouwen: durven op anderen te rekenen
  • Steun zoeken: durven hulp te vragen bij grote emoties of stress, of wanneer ze ergens zelf niet uitkomen en kunnen hulp toelaten
  • Communicatie: kunnen hun emoties en behoeften helder communiceren en feedback open ontvangen
  • Intimiteit en nabijheid: kunnen zich openstellen voor anderen en een intieme verbinding aangaan zonder zichzelf te verliezen
  • Omgaan met conflicten: kunnen meningsverschillen uitpraten met respect voor zichzelf en de ander, maken niet overal een conflict van en tillen niet te zwaar aan fouten en tekortkomingen van anderen
  • Veerkracht: kunnen terugveren na tegenslag, verlies of teleurstelling
  • Verleden: hebben een genuanceerde kijk op hun jeugd en de kwaliteiten en tekortkomingen van hun ouders

'Iemand met een veilig hechtingspatroon is nooit onzeker en kan alles zelf'

Omdat het veilige hechtingspatroon ook wel een ‘zeker’ hechtingspatroon wordt genoemd, bestaat soms de misvatting dat mensen die veilig gehecht zijn nooit onzeker zijn en alles zelf kunnen. Dit is echter niet waar. Ook is het niet waar dat mensen die zelfverzekerd overkomen en proberen alles zelf op te lossen veilig gehecht zijn, zoals je kunt lezen bij het vermijdende en angstige hechtingspatroon.

Mensen met een veilig hechtingspatroon krijgen net zo goed te maken met allerlei uitdagende (emotionele) situaties als mensen met een onveilig hechtingspatroon. Alleen is de manier waarop ze hiermee omgaan anders. Zij zien onzekerheid bijvoorbeeld niet als een zwakte, maar als een menselijke emotie en durven daar met anderen over te spreken. Wanneer zij merken dat ze iets niet alleen kunnen, ervaren ze dat niet als falen, en voelen ze zich ook niet tot last wanneer ze een ander om hulp vragen. Het komt er in feite op neer dat ze meer keuzevrijheid hebben in hoe ze met situaties omgaan.

Ook ervaren mensen met een veilig hechtingspatroon – net als mensen met een onveilig hechtingspatroon – emoties die vaak als fout of kinderlijk worden gezien, zoals jaloezie, schaamte of boosheid. Deze emoties horen bij het mens-zijn en ook hier gaat het om de manier waarop iemand ermee omgaat  (emotieregulatie): mensen met een veilig hechtingspatroon hebben speelruimte om deze gevoelens te erkennen en te kiezen hoe ze ermee om willen gaan.

Daarom vind ik dat ‘vrij gehecht’ dit patroon eigenlijk het beste beschrijft. Mensen die opgegroeid zijn in een veilige omgeving kunnen veel vrijer leven dan anderen, omdat ze minder beperkt worden door denkpatronen die niet helpend zijn.

Een vrouw legt haar hand op de hand van een man, symboliseert hulp vragen en ontvangen bij veilige hechting

De interne zekere basis

Een ander kenmerk van mensen met een veilig hechtingspatroon is dat zij een ‘Interne zekere basis’ hebben, vaak afgekort als ISB (naar het Engelse Internal Secure Base). Ik heb dit niet in bovenstaand lijstje genoemd, omdat dit kenmerk niet zozeer zichtbaar is, maar meer het onderliggende fundament van een veilige hechting vormt.

Kinderen die voldoende opgevangen worden door hun ouders of verzorgers, kunnen later zichzelf opvangen zonder dat deze mensen fysiek aanwezig zijn. Bij uitdagende of stressvolle situaties horen zij als het ware de adviezen van een ouder, maar nu in hun eigen stem. Of ze herinneren zich hoe dingen vroeger opgelost werden, door de ouders zelf of met hulp van anderen. Dit wordt bedoeld met een interne zekere basis. Je kunt een ISB zien als een veilige plek in jezelf, waar je in tijden van stress naartoe kunt gaan.

Je kunt het ook zien als een soort gereedschapskist. Mensen met een veilig hechtingspatroon hebben een kist die goed gevuld is met bruikbaar gereedschap. Mensen met een onveilig hechtingspatroon hebben vaak een veel legere kist, waarin ook slecht gereedschap zit of gereedschap dat niet altijd het gewenste effect heeft.

Het is niet zo dat dit fundament alleen tijdens je jeugd gevormd kan worden. Ook als je volwassen bent, kun je nog een ISB ontwikkelen als je met mensen omgaat die dit zelf (deels) hebben. Elke positieve hechtingservaring kan weer iets aan je gereedschapskist toevoegen. Therapie kan in dit opzicht ook veel bijdragen, vooral wanneer de therapeut niet werkt vanuit een vast programma of een vaste methode, maar gericht is op afstemming en emotieregulatie.

Vrouw kijkt in gedachten uit het raam met hand op haar borst, symbool voor innerlijke veiligheid

Vertrouwen

Tot slot wil ik nog iets zeggen over vertrouwen. Vertrouwen hebben in anderen is een belangrijk kenmerk van het veilige hechtingspatroon. Maar, hoor ik de lezer denken, niet iedereen is toch te vertrouwen? Dat klopt. We leven niet in een wereld waarin we er blind vanuit kunnen gaan dat andere mensen te vertrouwen zijn.

Veilig gehechte mensen vertrouwen daarom niet per se meer mensen, maar zij merken het vaak beter wanneer ze niet goed behandeld worden.Wanneer zij ervaren dat iemand niet goed met hen omgaat, zullen ze eerder grenzen stellen of afstand nemen. Op die manier filteren ze degenen die niet te vertrouwen zijn uit hun omgeving. Dit werkt natuurlijk niet voor honderd procent en soms kunnen ze ook te goed van vertrouwen zijn. Maar doordat ze voor zichzelf durven te kiezen, belanden ze minder vaak of minder lang in relaties waarin hun vertrouwen steeds opnieuw wordt beschadigd.

Voor mensen die onveilig gehecht zijn, is het vaak moeilijker om op tijd afstand te nemen. Zij zijn vanuit hun jeugd gewend geraakt aan relaties waarin hun behoeften, gevoelens en grenzen niet werden gerespecteerd. Daardoor weten zij niet altijd goed wat ze van anderen mogen verwachten, of vinden ze het lastig om hun grenzen aan te geven en te bewaken. Ook kunnen ze meer moeite hebben om het gedrag van de ander realistisch te beoordelen. Ze kunnen dat gedrag bijvoorbeeld rationaliseren, de schuld bij zichzelf leggen of lang hopen dat de ander verandert.

Zelfs wanneer iemand zich bewust wordt van hechtingspatronen en de ‘rode vlaggen’ leert kennen, kan verandering moeilijk blijven. Veel mensen zitten vast in hun omgeving, partnerrelatie (‘traumaband’) of familiebanden. In zo’n omgeving kan het bijzonder moeilijk zijn om te werken aan een veilig hechtingspatroon.

Het is dus niet zo dat veilig gehechte mensen iedereen vertrouwen, maar dat zij beter selecteren wie hun vertrouwen verdient.

Lisa A. Romano over veilige hechting.

Niet iedereen heeft de kans gehad om een veilig hechtingspatroon te ontwikkelen. Op de volgende pagina’s lees je meer over de drie onveilige hechtingspatronen – vermijdend, angstig en gedesorganiseerd – en hoe die eruitzien bij volwassenen.

Verder lezen:

Vrouw kijkt weg terwijl partner contact zoekt, illustreert vermijdende hechtingspatroon

Het vermijdende hechtingspatroon

Vrouw kijkt angstig en bijt op haar nagels, symboliseert het angstige hechtingspatroon

Het angstige hechtingspatroon

Silhouet van man die aan zijn hoofd krabt, symboliseert de verwarring van het gedesorganiseerde hechtingspatroon

Het gedesorganiseerde hechtingspatroon

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang nieuwe blogs direct in je e-mail