Therapie bij onveilige hechting

Heb ik therapie nodig en welke therapie is geschikt bij onveilige hechting?

Therapeut en cliënt in gesprek tijdens een therapiesessie gericht op hechtingsproblematiek

Misschien herken je jezelf in een van de onveilige hechtingspatronen en twijfel je of je in therapie zal gaan. Of misschien weet je al dat je hulp wilt, maar zie je door de bomen het bos niet: ga je naar een coach, therapeut, psycholoog of psychiater? En welke vorm van therapie past bij jou? 

De informatie hieronder kan je helpen om daar meer duidelijkheid over te krijgen en een keuze te maken die bij jou past.

Op deze pagina gebruik ik het woord ‘therapeut’ als verzamelnaam voor hulpverleners waar je therapie kunt volgen, behalve bij de uitleg over de verschillende soorten hulpverleners.

*Dit artikel weerspiegelt de persoonlijke visie van de auteur, gebaseerd op literatuur en eigen ervaring. Dit is geen medisch advies.

Wanneer ga je in therapie?

Een onveilig hechtingspatroon betekent niet per se dat je in therapie hoeft. Wanneer je tegen bepaalde problemen aanloopt, kun je met nieuwe inzichten en bewustwording zelf al veel doen om toe te groeien naar een veilig hechtingspatroon.

Merk je echter dat je vastloopt, dat mentale klachten je dagelijk leven belemmeren of dat je steeds opnieuw in ongezonde vriendschappen of relaties terechtkomt? Dan is het aan te raden om professionele begeleiding te zoeken. Zeker wanneer er sprake is van trauma of wanneer je merkt dat bepaalde situaties of gebeurtenissen je onverwacht kunnen triggeren, is het verstandig om hier samen met een geschoolde therapeut mee aan de slag te gaan.

Mentale gezondheid

Diagnose

In de reguliere GGZ wordt voor het stellen van een diagnose gewerkt met de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Hoewel de hechtingstheorie al decennia bestaat en breed wetenschappelijk onderbouwd is, is onveilige hechting niet als diagnose in de DSM opgenomen. Dit zou ook niet kunnen omdat DSM-diagnoses gebaseerd zijn op klachten en gedrag, zoals angst, een depressieve stemming of vermijding van situaties, en niet op de onderliggende oorzaak, zoals een onveilige hechting.

Diagnoses als ‘vermijdende hechting’ bestaan binnen de reguliere GGZ dan ook niet. Mensen met een onveilige hechting kunnen hierdoor verschillende diagnoses krijgen, zoals PTSS, een persoonlijkheidsstoornis of angststoornis.

De therapieën die worden aangeboden hebben daardoor een ander vertrekpunt dan een hechtingsgerichte aanpak, al kan er deels wel van dezelfde methodes gebruik gemaakt worden.

NB. Er zijn steeds meer hulpverleners binnen de reguliere GGZ die afstand nemen van de DSM en het enkel gebruiken als ‘classificatiesysteem’ voor declaratie bij de verzekeraar.

De relatie met de therapeut

Uit onderzoek is overtuigend gebleken (Flückiger et al. 2018) dat niet de methode, maar de relatie met de therapeut het meest bepalend is voor het slagen van een therapie. Dit is niet zo gek wanneer je bedenkt dat je om resultaat te bereiken moet durven praten over je diepste gevoelens, gedachten en gedrag.

Om je zo kwetsbaar op te kunnen stellen, moet je je veilig voelen en vertrouwen in de therapeut hebben. Deze veiligheid is er vaak niet meteen bij de eerste sessie. Vooral wanneer je in het algemeen moeite hebt om mensen te vertrouwen, kan dit even duren. Een goede therapeut geeft je daar ook de tijd voor omdat hij weet dat dit een onderdeel is van je onveilige hechting waar je niet zomaar overheen kunt stappen.

Omdat een hechtingspatroon ontstaat in de relatie met hechtingsfiguren, kan bij een hechtingsgerichte therapie de relatie tussen de cliënt en de hulpverlener zelf ook als behandelmiddel worden ingezet als een ‘corrigerende hechtingservaring’. De therapeut neemt hierbij als het ware tijdelijk de rol aan van een nieuwe hechtingsfiguur. Vanuit deze rol kan hij – op gepaste wijze – alsnog een deel van de voorwaarden bieden die nodig zijn voor het ontwikkelen van een veilig hechtingspatroon. Zo kan hij bijvoorbeeld helpen om je emoties te reguleren, waarna je dit steeds beter zelf kunt doen.

Kwetsbaarheid

Hechtingsgerichte therapie

Er zijn veel therapievormen die kunnen helpen bij problemen als gevolg van onveilige hechting en trauma. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan schematherapie of EMDR.

Het nadeel van zo’n ‘monotherapie’ is dat het vaak gericht is op één of enkele probleemgebieden zoals het trauma of de angst, maar niet op het gehele onderliggende fundament. Iemand met C-PTSS heeft naast trauma bijvoorbeeld vaak ook tekorten op het gebied van emotieregulatie en effectieve communicatie, omdat er naast mishandeling ook sprake was van emotionele verwaarlozing.

Daarom kan een ‘eclectische’ aanpak bij onveilige hechting effectief zijn. Bij deze aanpak maakt een therapeut gebruik van verschillende behandelmethodes, afgestemd op wat de cliënt op dat moment nodig heeft. Net zoals een moeder afstemt op de behoeften van het kind.

Met deze werkwijze kan de therapeut ook verschillende methodes inzetten op basis van het hechtingspatroon van de cliënt. Zo kan bij een cliënt met een afwijzend hechtingspatroon de nadruk eerst liggen op lichaamsgerichte methodes om zijn emoties en behoeften beter te leren voelen. Daarna kan de nadruk verschuiven naar het leren van communicatievaardigheden om zich te uiten. Ondertussen kan de therapeutische relatie worden gebruikt om meer vertrouwen in anderen te krijgen.

Bij een angstig hechtingspatroon kan de nadruk in het begin meer liggen op mindfulness en metaliseren om meer overzicht te kunnen krijgen over de brei van gevoelens en gedachten die kan ontstaan tijdens een stresssituatie. Daarna kan er gewerkt worden aan eventueel verlatingstrauma, het stellen van eigen doelen en het opbouwen van zelfvertrouwen. De therapeutische relatie kan hierbij gebruikt worden om te ervaren dat de relatie ook blijft bestaan als de ander uit contact is.

Bij het gedesorganiseerde hechtingspatroon is behandeling van het onderliggende trauma van groot belang, bijvoorbeeld met EMDR. Omdat iemand met dit patroon meestal moet wennen aan veilige nabijheid om zich open te kunnen stellen zonder weg te lopen, kan de therapeutische relatie bij dit patroon lange tijd het belangrijkste instrument zijn.

Wanneer ook de subpatronen worden meegenomen in de hechtingsdiagnose, kunnen interventies nog gerichter ingezet worden.

Zie: Het vermijdende hechtingspatroon en Het angstige hechtingspatroon voor de subpatronen.

Schematische afbeelding hechtingspatronen en subpatronen

Coach, therapeut, psycholoog of psychiater?

Als je hulp zoekt bij onveilige hechting, kun je terecht bij verschillende soorten hulpverleners zoals een coach, therapeut, psycholoog of psychiater. Coach en therapeut zijn geen beschermde titels; iedereen mag zich zo noemen. Er zijn wel beroepsverenigingen die voor kwaliteit staan, omdat zij alleen leden toelaten die aan bepaalde opleidings- en kwaliteitseisen voldoen, zoals de NOBCO of het NFG.

GZ-psycholoog, klinisch psycholoog en psychotherapeut zijn wel beschermde titels: zij zijn geregistreerd in het BIG-register en zijn gegarandeerd opgeleid en bevoegd om psychische problematiek te diagnosticeren en te behandelen.

Een psychiater is een arts met een psychiatrische specialisatie en behandelt complexe psychiatrische problematiek. 

Als je kijkt naar de opleidingen en nascholing van coaches, therapeuten en psychologen, is er veel overlap. Zij kunnen bijvoorbeeld allemaal opgeleid zijn in onderstaande methodes (met uitzondering van TFP). Bij onveilige hechting is de titel daarom minder belangrijk dan iemands specialisaties en ervaring met hechting en trauma.

Voor de vergoeding kan de titel wel van belang zijn. Behandelingen binnen de reguliere GGZ worden vaak geheel vergoed, maar van vrijgevestigde psychologen, psychotherapeuten en psychiaters niet altijd of deels. Coaches worden meestal niet vergoed, therapeuten soms deels via de aanvullende zorgverzekering. Het is belangrijk om dit vooraf na te gaan, mede omdat trajecten langer kunnen duren dan je misschien verwacht en de kosten hoog kunnen oplopen.

Op weg therapie

Therapiemethodes

Hieronder noem ik een aantal therapiemethodes die gebruikt kunnen worden bij onveilige hechting. Dit lijstje bevat mijn persoonlijke voorkeuren en is niet uitputtend. Ook andere methodes kunnen goed werken, afhankelijk van de problemen en voorkeuren van de cliënt. Vaak hebben therapeuten op hun website staan met welke methodes zij werken.

NB. De wetenschappelijke onderbouwing verschilt per methode. Niet alle methodes zijn even uitgebreid onderzocht of hebben een even sterke wetenschappelijke basis.

1. Mindfulness

Je zou kunnen zeggen dat Mindfulness geen therapiemethode is maar een aandachtstraining, maar zoals ik uitgelegd heb op de pagina ’Algemene Tips’, kan mindfulness helpen om met meer afstand naar situaties en gedrag te kunnen kijken, wat nodig is voor gedragsverandering. Daarnaast kan het helpen bij het reguleren van heftige emoties als je jezelf traint om meer in het hier en nu te blijven. Daarom wordt dit door hechtingsdeskundigen (Allen, Fonagy 2002) gezien als waardevolle toevoeging aan psychotherapie, die bij alle vormen van onveilige hechting kan worden toegepast.

2. MBT - Mentalisation Based Treatment

Zoals uit de naam al af te leiden is, is deze methode gericht op het versterken van het mentaliserend vermogen. Je leert hierbij om de gevoelens, gedachten en bedoelingen van jezelf en anderen beter te begrijpen. Het doel is om een vollediger beeld van situaties te krijgen, waardoor je beter met jezelf en anderen kunt omgaan. Deze therapie is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen die gediagnosticeerd zijn met een borderline-persoonlijkheidsstoornis, maar wordt inmiddels ook breder toegepast.

Ook bij andere vormen van psychotherapie wordt gebruik gemaakt van mentaliseren, maar het verschil is dat MBT zich expliciet richt op het ontwikkelen van deze vaardigheid.

Mentaliseren

3. Psycho-educatie

Hoewel psycho-educatie geen therapiemethode is, wil ik het hier wel noemen omdat het mijns inziens wel een essentieel onderdeel van therapie is. Bij psycho-educatie krijg je bijvoorbeeld uitleg en informatie over de werking van de psyche en het brein of over psychologische theorieën. Een therapeut kan bijvoorbeeld jouw hechtingspatroon vaststellen en met bepaalde therapiemethodes aan de slag gaan, zonder je hier uitgebreid uitleg over te geven. Of hij kan ervoor kiezen om je juist meer te leren over de hechtingstheorie, hoe jouw patroon is ontstaan en waarom bepaalde methodes bij jouw patroon passen. Op deze manier kan psycho-educatie je helpen om beter te begrijpen wat er in je gebeurt en hoe je daar meer grip op kunt krijgen.

Psycho-educatie kan tijdens de consulten plaatsvinden, maar een therapeut kan je ook verwijzen naar bepaalde boeken, websites zoals deze of video’s.

4. Lichaamsgerichte therapie

Veel mensen zijn gewend om gebeurtenissen vooral met het hoofd te beleven en staan minder stil bij wat zij lichamelijk ervaren. Daardoor kunnen signalen van spanning, emoties of grenzen minder goed worden opgemerkt. Bij lichaamsgerichte therapie leer je om deze signalen bewuster waar te nemen en te voelen wat voor jou wel of niet prettig is, waardoor je beter voor jezelf kunt zorgen. Ook kan het lichaam signalen geven die kunnen duiden op onverwerkte gebeurtenissen of trauma, die in therapie onderzocht kunnen worden.

Bij lichaamsgerichte therapie kunnen verschillende technieken worden gebruikt, zoals fysieke oefeningen of ademhalingstechnieken.

Lichaamsgerichte therapie

5. Innerlijk kind werk

Bij innerlijk kind werk maak je contact met een jongere versie van jezelf. Dit kan helpen om je bewust te worden van oude pijn, onvervulde behoeften en onbewuste patronen uit je jeugd. Door jezelf vanuit een zorgzame ouderrol te benaderen, kun je jezelf geven wat het kind in jou nog nodig heeft. Dit kan helpen om oude pijn te verwerken en patronen te doorbreken.

Innerlijk kind werk wordt vaak gecombineerd met andere methodes, bijvoorbeeld wanneer wordt onderzocht waar bepaalde hevige emoties vandaan komen.

6. Familieopstellingen (Systemisch werk)

Bij familieopstellingen onderzoek je je familiesysteem en de invloed die dit kan hebben op je huidige relaties en patronen. Na het bespreken van een probleem, worden mensen (representanten) of voorwerpen intuïtief in de ruimte geplaatst. Hierdoor kunnen onderliggende patronen en dynamieken zichtbaar worden en kunnen soms ook direct oude emoties worden verwerkt.

Opstellingen kunnen zowel in een groep als individueel worden gedaan. Groepssessies worden vaak als losstaande sessies aangeboden. Ik raad aan om in dat geval te zorgen dat je na de sessie kunt terugvallen op de begeleider of een andere hulpverlener als je thuis nog last hebt van iets wat tijdens de sessie bij je is losgemaakt. Dit geldt ook wanneer je enkel als representant deelneemt. 

Opstellingen

7. Schematherapie

Schematherapie is een vorm van cognitieve gedragstherapie die helpt om hardnekkige patronen in je gedachten, gevoelens en gedrag te herkennen en te veranderen. Deze patronen worden ook wel schema’s genoemd en ontstaan vaak in de kindertijd. Binnen de therapie leer je herkennen welke schema’s bij jou een rol spelen en hoe deze je gedrag, emoties en relaties beïnvloeden. Vervolgens leer je om hier op een andere manier mee om te gaan en nieuwe patronen te ontwikkelen.

Hoewel er aandacht is voor de ervaringen die aan deze schema’s ten grondslag liggen, ligt de nadruk vooral op het herkennen en veranderen van de patronen waar je nu tegenaan loopt. Voor sommige mensen is dit voldoende, terwijl anderen hier wel belangrijke inzichten uit halen, maar daarnaast behoefte hebben aan het verwerken van ervaringen uit het verleden, bijvoorbeeld met innerlijk kindwerk of traumaverwerking.

8. EMDR

EMDR staat voor ‘Eye Movement Desensitization and Reprocessing’ en is een therapievorm die veel wordt gebruikt bij traumatische ervaringen. Tijdens de behandeling denk je terug aan een ingrijpende gebeurtenis, terwijl je tegelijkertijd de aandacht richt op een bepaalde afleiding, zoals oogbewegingen, geluiden of tikjes. Hierdoor kan de emotionele lading van de herinnering verminderen en kan de herinnering op een andere manier worden opgeslagen in het brein.

Deze therapievorm wordt soms gezien als dé oplossing voor alle problematiek die met trauma te maken heeft. Het is ook zo dat EMDR vaak goed kan werken wanneer er sprake is van enkelvoudig trauma, zoals een auto-ongeluk. Bij meervoudig jeugdtrauma of Complex PTSS is alleen traumaverwerking echter vaak niet voldoende en is het beter als EMDR onderdeel is van een uitgebreider behandeltraject. Bij C-PTSS is het daarnaast vaak belangrijk dat er eerst een vertrouwensrelatie met de therapeut wordt opgebouwd, voordat iemand wordt gevraagd om te praten over heftige ervaringen waarover hij of zij misschien nog nooit gesproken heeft.

EMDR

9. Emotional Freedom Techniques (EFT) - 'Tapping'

Er zijn twee therapiemethodes die worden aangeduid met EFT. De eerste is Emotional Freedom Techniques, ook wel bekend als ‘tapping’. Bij deze methode tik je met je vingers op negen specifieke meridiaanpunten op je lichaam, terwijl je je aandacht richt op een bepaalde emotie, herinnering of klacht. Het idee is dat het tikken kan helpen om de emotionele lading die je hierbij ervaart te verminderen.

Tapping kan onder andere worden gebruikt bij stress en angst. Omdat je deze methode zelf kunt toepassen, kan het een hulpmiddel zijn in je dagelijks leven. Tijdens EFT sessies kan tapping ook worden ingezet bij het verwerken van traumatische ervaringen. 

10. Emotionally Focused Therapy (EFT)

De tweede therapiemethode die wordt aangeduid met EFT is Emotionally Focussed Therapy. Deze methode, die gebaseerd is op de hechtingstheorie, wordt vooral gebruikt voor relatietherapie. Tijdens de therapie wordt gekeken naar patronen die tussen partners zijn ontstaan. Door deze patronen samen te onderzoeken en te leren om gevoelens en behoeften beter naar elkaar uit te spreken, kan er meer veiligheid en verbinding in de relatie ontstaan.

De methode is onder andere bekend geworden door het boek ‘Houd me vast’ van Sue Johnson. Er is ook een individuele variant, Emotionally Focussed Individual Therapie (EFIT). Deze therapie richt zich op het herstellen van de verbinding met jezelf en het reguleren van je emoties.

Houd me vast wit

11. Dynamisch Maturatie Model (DMM)

Het Dynamic-Maturation Model komt voort uit de hechtingstheorie. Binnen dit model wordt problematisch gedrag gezien als een logische overlevingsstrategie om met gevaar of stress om te gaan. Deze strategie wordt niet gezien als een vaststaand hechtingspatroon, maar als iets dat zich gedurende je leven verder ontwikkelt op basis van wat je meemaakt. Sommige strategieën zijn daarbij vooral gericht op het denken en onderdrukken of vermijden van gevoelens, terwijl andere juist sterk gericht zijn op gevoelens en signalen van gevaar. Ook kunnen deze manieren van reageren snel afwisselen.

Een behandeling die gebaseerd is op dit model is erop gericht om beter zicht te krijgen op deze overlevingsstrategieën en om denken en voelen meer in balans te brengen, waardoor je beter kunt omgaan met jezelf, anderen en moeilijke situaties.

12. Transactionele Analyse (TA)

Transactionele analyse is een therapievorm die goed aansluit bij de hechtingstheorie en helpt om terugkerende patronen in relaties en communicatie te herkennen en te veranderen. Er wordt gekeken naar de manier waarop je vanuit verschillende ‘egotoestanden’ reageert en welke oude overtuigingen en patronen – zogenaamde ‘life scripts’ – invloed hebben op je relaties. Daarnaast wordt er bij terugkerende conflicten gewerkt met de dramadriehoek. Wil je hier meer over weten? Zie dan de pagina Youtube-therapie.

Egostaten

13. Transference-focused psychotherapy (TFP)

Bij transference-focused therapy – wat je kunt vertalen als ‘overdrachtsgerichte therapie’ – ligt de focus op de therapeutische relatie. Binnen de therapie wordt gekeken hoe oude patronen zich in het hier en nu in de relatie met de therapeut herhalen, zodat er heel direct aan verandering gewerkt kan worden. De therapie is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis, maar wordt ook breder ingezet. Deze therapie wordt uitgevoerd door een hierin geschoolde psychotherapeut, klinisch psycholoog of psychiater.

Voor meer psycho-educatie kun je terecht op de volgende pagina’s. Je kunt je ook even uitleven met de songs van de pagina ‘Muziektherapie’. 

Verder lezen:

Bibliotherapie

Bibliotherapie

Youtube therapie

YouTube-therapie

Song therapie

Muziektherapie

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang nieuwe blogs direct in je e-mail