Mensen met codependentie kunnen vaak moeilijk afstand nemen van iemand die al bewezen heeft geen goede partner te zijn. Ook al horen ze de alarmbellen wel afgaan en vertellen ze zelf over de rode vlaggen die ze zien, toch houden ze vast aan deze persoon. Ze weten dan ergens wel dat ze afstand moeten nemen, maar doen dit toch niet.
Wat je dan vaak ziet gebeuren is dat ze allerlei excuses voor de ander gaan bedenken waardoor het allemaal niet zo zwart-wit is. Het negatieve gevoel over de persoon of de situatie wordt op deze manier verstopt onder een laag van gedachten en gevoelens die het onmogelijk maakt om de negatieve gebeurtenissen zuiver te blijven voelen.
Een voorbeeld: iemand voelt boosheid opkomen omdat hij zich onjuist bejegend voelt, maar gaat dit gevoel vermijden door het als het ware te verstoppen onder een deken van vragen en redenen waarom het gedrag van de ander niet oké is, maar misschien toch ook wel:
‘Behandelt hij mij hier slecht of zie ik het niet goed? Heeft hij gelijk en is het toch mijn schuld? Ik had het ook wel anders kunnen doen, maar het was toch zijn verantwoordelijkheid? We hadden toch afgesproken dat hij dat zou doen? Dan kan hij mij er toch niet de schuld van geven? Dat is toch niet eerlijk? Of heeft hij wel gelijk? Moet ik hier nu wat van zeggen of ben ik dan een zeikerd en moet ik dit gewoon van hem accepteren? Maar …’
Dit soort gedachten kunnen eindeloos doorgaan. De twijfel regeert en de echte emoties worden vervangen door een gevoel van onrust. Ze zitten met de handen in het haar.
Ik noem dit de ‘codependentie-val’ omdat mensen hier steeds opnieuw invallen en er moeilijk weer uit kunnen komen. Ook als je ze probeert te helpen, komt er steeds wel weer een ‘Ja, maar …’
Iemand die dit doet is zich hier meestal niet bewust van; het is een gewoonte. En het is natuurlijk ook goed om een situatie van meerdere kanten te bekijken. Maar mensen met codependentie kunnen hierin doorslaan. Zo erg dat zelfs ernstige mishandeling kan worden goedgepraat.
Deze gewoonte kan al zijn ontstaan tijdens de jeugd waarin het kind de slechte daden van een ouder wel goed móest praten om voor zichzelf het beeld van zijn ‘goede ouder’ in stand te houden. Omdat er ook niemand was die het voor hem opnam, heeft hij niet goed geleerd wat ‘goed’ en ‘fout’ is, waardoor hij dit niet zuiver kan voelen.
Deze gewoonte kan pas doorbroken worden als iemand zich hier bewust van wordt. Dan kan iemand leren hoe het wel zou moeten: als je een emotionele prikkel krijgt – je partner doet bijvoorbeeld geïrriteerd omdat een afspraak is misgelopen – laat je de prikkel binnenkomen, luister je naar het gevoel van onrecht dat je erbij voelt, denk je even over de situatie na en reageer je vervolgens met: “Ik vind het niet leuk dat je mij er de schuld van geeft dat het gisteren is misgelopen. Volgens mij hadden we afgesproken dat …“
Als het in de relatie niet mogelijk is om je op deze manier te uiten en de communicatie door de ander steeds geblokkeerd wordt, is het beter om ervoor te kiezen om er niet mee door te gaan. Maar iemand met codependentie die het gevoel heeft dat hij niet zonder de partner kan leven, kan nog lang met deze vermijdende strategie doorgaan voordat hij dat gaat inzien.




