Het angstige hechtingspatroon

Alert op signalen van afwijzing, snel gekwetst en jezelf voorbijlopen om de ander te pleasen. Is dit enkel onzekerheid of zit er meer achter?

Vrouw kijkt angstig en bijt op haar nagels, symboliseert het angstige hechtingspatroon

Het tweede onveilige patroon is het angstige hechtingspatroon. Op deze pagina ontdek je hoe dit patroon zich uit bij volwassenen, hoe het ontstaat en welke drie varianten voorkomen.

Het angstige hechtingspatroon wordt ook wel ‘gepreoccupeerd’ genoemd. Dit betekent dat iemand veel bezig is met de ander en met de relatie, uit angst voor afwijzing of verlies.

‘Ben ik wel genoeg?’ - hieraan herken je het angstige hechtingspatroon

Als je vermoedt dat jijzelf of iemand anders dit hechtingspatroon heeft, kun je nagaan of je de volgende kenmerken herkent.

Mensen met dit patroon hebben een negatief zelfbeeld en zien anderen vaak als sterker en beter. Ze hebben moeite met alleen zijn en hebben veel behoefte aan verbinding. Ze zijn sterk afhankelijk van de mening van anderen en kunnen zichzelf voorbijlopen om het de ander naar zijn zin te maken (pleasen). Ze denken dit te doen uit behulpzaamheid, maar onbewust doen ze dit uit angst voor verlating.

Vooral bij mensen die belangrijk voor ze zijn, zijn ze voortdurend alert op signalen van afwijzing of kritiek. Ze trekken al snel negatieve conclusies, bijvoorbeeld als ze even geen aandacht krijgen. Ze kunnen dan dingen denken als:

‘Hij is vast boos op mij.’

‘Zij heeft mij niet nodig.’

‘Ik ben weer te veel.’

In emotionele situaties kunnen ze snel overweldigd raken omdat ze emoties echt laten binnenkomen, maar moeite hebben om deze te reguleren. Ze kunnen dan niet meer helder nadenken, wat leidt tot verwarring en onzekerheid. Ze zijn daardoor eerder onzeker of angstig. Ze communiceren vaak uitgebreid en gedetailleerd, maar geven daarbij zoveel (overbodige) informatie dat de boodschap niet duidelijk overkomt bij de ander.

Onzekere vrouw angstig hechtingspatroon

In relaties kunnen ze de partner overladen met aandacht of berichten en hebben ze veel bevestiging en geruststelling nodig. Hun verlatingsangst kan snel getriggerd worden wanneer de partner even uit verbinding is, bijvoorbeeld wanneer hij niet snel reageert op een appbericht of even tijd voor zichzelf neemt.

Deze angst kan leiden tot jaloezie en claimend of controlerend gedrag. Hierbij is het niet het doel om macht over de ander te krijgen, maar om zelf niet steeds de (hevige) angst voor verlating te voelen. Ze kunnen daarbij moeite hebben om de grenzen van de partner te respecteren.

Hun eigen behoeften maken ze ondergeschikt en ze passen zichzelf steeds aan om hem of haar maar bij zich te houden. Zelfs als ze rationeel weten dat hun partner niet goed voor ze is, kunnen ze blijven vasthouden aan de relatie. Dit komt omdat ze vastzitten in hun wens om eindelijk echt gezien, geliefd en gekozen te worden door de partner die symbool is gaan staan voor de onvoorspelbare ouder.

Verlatingsangst, de angst om verlaten te worden door mensen aan wie je gehecht bent, komt voor bij het angstige en gedesorganiseerde hechtingspatroon. Het verschil in gedrag is dat iemand die angstig gehecht is zich volledig richt op het bij zich houden van de ander, terwijl iemand met een gedesorganiseerd patroon de ander ook wegduwt omdat hij tegelijkertijd angstig is voor nabijheid. 

Voorbeeld:
Sophie en Daan wonen samen. Daan is meestal om 18.00 uur thuis, maar vandaag niet. Om 18.10 uur stuurt Sophie een appje:
‘Hoe laat ben je thuis?’

Geen reactie.
Om 18.20 uur:
‘Alles oké?’

Om 18.35 uur:
‘Heb ik iets verkeerd gezegd vanmorgen?’

In haar hoofd stapelen de gedachten zich op:
Hij reageert niet.
Hij zal wel afstand nemen.
Ik ben zeker weer te veel geweest.

Wanneer Daan om 19.00 uur binnenkomt, is Sophie zichtbaar gespannen.

Sophie: ‘Waarom reageer je niet? Ik dacht dat er iets mis was.’
Daan: ‘Ik had mijn telefoon vanmiddag op stil gezet want het was druk.’ 
Sophie: ‘Ja, tuurlijk. Je hebt het altijd te druk om mij een berichtje te sturen.’

Haar stem trilt. Ze voelt zich gekwetst en boos. Daan voelt zich aangevallen en verdedigt zich: ‘Ik was bezig. Waarom maak je er zo’n drama van? Ik ben er nu toch?’

Voor Sophie voelt dit als bevestiging: Zie je wel. Ik ben te veel. Hij houdt niet echt van mij.

Nicole Lepera: Een relatiebreuk bij angstige hechting.

Hoe het patroon ontstaat

Omdat een kind voor zijn overleving volledig afhankelijk van anderen is, kan het zich veilig voelen wanneer het merkt dat het altijd op iemand terug kan vallen. Als ouders soms warm reageren wanneer het huilt of zijn behoeften uit, maar op andere momenten niet beschikbaar zijn of reageren met boosheid of irritatie, leert het kind onbewust twee dingen:

  • Ik ben niet zeker dat ik op iemand terug kan vallen.
  • Ik moet mijn best doen om verbinding te maken en vast te houden, want die kan zomaar verdwijnen.

Vanwege zijn afhankelijkheid is het voor een kind gevaarlijk als er geen verbinding is. Het is zelfs zo gevaarlijk dat het kind soms – als er bijvoorbeeld lang niet op zijn gehuil wordt gereageerd – doodsangst kan ervaren (trauma).

Het kind ontwikkelt onbewust een strategie om met de spanning en onzekerheid van onvoorspelbare ouders om te gaan. In plaats van zijn gevoelens te onderdrukken, zoals bij het vermijdende hechtingspatroon, gaat het ze juist sterker ervaren en luider en nadrukkelijker uiten, omdat dit soms werkt. Blijven vragen, blijven protesteren en niet loslaten. Het kind richt zijn aandacht voortdurend op de relatie met de ander, waarbij het hyperalert wordt op signalen van nabijheid of afstand.

Dit is in grote lijnen hoe het angstige hechtingspatroon vaak ontstaat. Het kind leert dat verbinding iets is waar je voortdurend moeite voor moet doen en richt zijn aandacht daarom steeds op de ander.

schreeuwen om aandacht angstig hechtingspatroon

De vier voorwaarden

Om een beter beeld te krijgen van waar het gedrag van volwassenen met het angstige patroon vandaan kan komen, kun je kijken naar de vier voorwaarden voor een veilige hechting. Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat het om algemeenheden gaat, en dat bij ieders opvoeding ook andere elementen een rol kunnen hebben gespeeld. Bovendien was het vaak niet zo dat beide ouders op deze manier reageerden, maar was vooral het gedrag van één ouder bepalend voor het ontstaan van het hechtingspatroon.

Warmte, intimiteit en wederzijds plezier

Voor een gezonde ontwikkeling is het essentieel dat ouders of verzorgers een warme, intieme relatie opbouwen en genieten van het contact met het kind. Bij iemand met een angstig hechtingspatroon was dat liefdevolle contact er soms wel, maar het was niet consistent. De ene keer was de ouder vol aandacht en warmte, de andere keer afwezig of in beslag genomen door zijn eigen wereld. De ene dag een knuffel na school, de andere dag nauwelijks aandacht of afwijzing: ‘Je ziet toch dat mama moe is’ of ‘Dat kan je toch zelf wel’. Het kind leerde hierdoor: verbinding is mogelijk, maar ik kan er niet op rekenen.

Omdat een kind zich altijd veilig en gewenst wil voelen en niet soms, blijft het streven naar verbinding. Het gaat zich steeds luider uiten en zich hulpelozer opstellen om aandacht af te dwingen. Aangezien het nog niet kan begrijpen dat ouders hun eigen belevingswereld en geschiedenis hebben, zoekt het kind het bij zichzelf als dit niet lukt. Het concludeert daarom onbewust ‘Ik ben niet goed genoeg voor hem/haar’. Deze conclusie kan leiden tot een laag zelfbeeld dat in de rest van zijn leven door kan werken.

Om de kans op aandacht te vergroten, leert het kind de stemming van de ouder te observeren. Het probeert te bepalen of de ouder in een goede bui is, zodat het toenadering kan zoeken. Als volwassene kan dit leiden tot hyperalertheid op de stemming van de partner en gevoelens van onveiligheid wanneer de ander even niet (emotioneel) aanwezig is. Bij verlatingstrauma kan iemand zelfs bevriezen in doodsangst, terwijl hij bij afwezigheid van de partner feitelijk helemaal niet in gevaar is. 

Omdat hij gewend is dat contact niet vanzelf ontstaat en hij moet werken om voldoende aandacht en liefde te krijgen, kan iemand met een angstig hechtingspatroon zich aangetrokken voelen tot partners waarbij dit ook nodig is, waardoor een patroon van ‘codependency’ kan ontstaan. (Zie blog: Heeft codependency met hechting te maken?)

Omdat ‘intimiteit’ voelt als de tegenhanger van ‘verlating’, lijkt dit de oplossing voor zijn verlatingsangst: als we heel innig zijn, zal de ander bij me blijven. Het najagen van deze oplossing kan dan juist het probleem worden, omdat te veel nabijheid de partner kan benauwen. Hierdoor beëindigt hij mogelijk de relatie, wat de persoon met het angstige patroon weer bevestigt in zijn verlatingsangst.

Intimiteit angstige hechting

Afstemming op het kind

Bij afstemming gaat het erom dat een ouder de signalen van het kind opmerkt, begrijpt wat het nodig heeft en hier sensitief en op tijd op reageert. Dit hoeft niet altijd perfect te zijn, maar als dit niet consistent en voorspelbaar is, kan een kind er niet op vertrouwen dat het veilig en beschermd is.

Dit komt niet voort uit onverschilligheid, maar doordat een ouder bijvoorbeeld in beslag wordt genomen door zijn eigen problemen en onvoldoende emotionele ruimte heeft om met al zijn aandacht bij het kind te zijn. Daardoor kan hij de signalen van het kind niet goed waarnemen en er niet consequent op reageren.

Ook weet de ouder vaak niet hoe hij met de behoeften en emoties van het kind om moet gaan. De ouder die zojuist nog lief was kan bijvoorbeeld geïrriteerd of boos reageren als het kind gevallen is en een open knie heeft, omdat hij niet weet wat hij moet doen en overvallen wordt door zijn eigen gevoelens van hulpeloosheid.

Hierdoor draaien de rollen eigenlijk om. Het kind gaat de stemming van de ouder in de gaten houden en zich afstemmen op de ouder, in plaats van andersom. Als volwassene kan iemand hierdoor moeilijk bij zijn eigen behoeften en gevoelens blijven en neemt de ander vaak als uitgangspunt: wat voelt hij, wat wil hij, ben ik oké voor hem? Deze strategie om continu op anderen af te stemmen, kost hem echter veel energie en gaat ten koste van zijn eigen behoeften.

Balans tussen autonomie en veiligheid

Een kind heeft enerzijds de behoefte om de wereld zelf te ontdekken en anderzijds de behoefte aan een veilige basis om op terug te vallen. Bij mensen met een angstig hechtingspatroon was deze basis onbetrouwbaar. Het kind kon niet zeker weten of de ouder er zou zijn als het terugkwam. Zelfstandig verkennen voelde daardoor gevaarlijk. Weggaan betekende het risico lopen dat de verbinding er bij terugkomst niet meer was. Het kind bleef daardoor liever dicht bij de ouder, waardoor zijn wereld klein bleef.

Als volwassene durft iemand met dit patroon daarom ook niet veel zelf te gaan doen. Als hij een relatie heeft, blijft hij liever in contact met de ander. Hij durft er niet op te vertrouwen dat de ander hem waardeert en zal missen als ze elkaar even niet zien en het initiatief zal nemen om hem weer op te zoeken. Omdat hij het niet aankan om wat langer zonder de ander te zijn, lijkt het initiatief helemaal bij hem te liggen. Dit bevestigt zijn verlatingsangst, terwijl de ander niet eens de ruimte krijgt om het initiatief te nemen.

Een andere reden dat iemand met dit patroon weinig zelfstandig durft te ondernemen is dat hij de ervaring mist dat hij uitdagingen kan overwinnen en op zichzelf kan vertrouwen. Daardoor kan de drempel om iets alleen te gaan doen erg hoog zijn.

zelfstandigheid angstige hechting

Hulp bij emotieregulatie

Een kind moet van zijn ouders leren om emoties te herkennen, te verwoorden en te reguleren. Iemand met dit patroon heeft dit niet kunnen leren omdat de ouders vaak zelf moeite hadden om hun emoties te reguleren. Emoties werden binnen het gezin wel gevoeld en geuit, maar niet op een manier die het kind leerde om er effectief mee om te gaan.

Als het kind bang was voor de tandarts werd het bijvoorbeeld niet gerustgesteld en getroost, maar reageerde moeder zelf ook angstig en vertelde over haar eigen nare ervaringen. Het kind had daardoor geen houvast aan de ouder en het leerde ook niet dat de tandarts niet gevaarlijk is, dat het een behandeling wel aankan en het daarna zichzelf kan troosten of troost kan zoeken bij een ander.

Omdat de ouders het kind niet voldoende geholpen hebben om woorden te geven aan zijn ervaringen en emoties, is er geen goede koppeling gemaakt tussen het emotionele deel van het brein en het rationele deel. De volwassene kan daardoor moeite hebben met stresssituaties en het onderscheiden van de verschillende emoties die hij tegelijkertijd voelt. Hierdoor kan hij overspoeld raken. Omdat hij vaak wel uitgebreid kan communiceren over zijn problemen en gevoelens, kan het erop lijken dat hij hier vaardig in is. Maar als je goed luistert, hoor je vooral veel onzekerheid en geen duidelijke of geruststellende conclusies.

overspoeld emoties angstige hechting

Afhankelijke hechting

Een vorm van hechting die ook wordt gerekend tot het angstige hechtingspatroon is ‘afhankelijke hechting’. Iemand die afhankelijk gehecht is, is ook vaak onzeker, heeft ook een negatief zelfbeeld en is ook erg gericht op de ander, maar de oorsprong is anders.

Dit patroon ontstaat niet door wisselvalligheid van de ouders, maar omdat ze té aanwezig zijn. Ze grijpen te vroeg in en lossen alles voor het kind op . Dit worden ook wel helikopter- of curlingouders genoemd. Ze laten nauwelijks ruimte voor het kind om zelf iets te ervaren en te leren. Dit doen ze niet enkel uit zorgzaamheid, maar om hun eigen angsten of behoefte aan nabijheid te reguleren.

Omdat het kind opgroeit in een omgeving waar de ander sterk aanwezig is en steeds voor hem bepaalt, ontstaat er niet zozeer een angst voor verlating, maar eerder een diepe onbekendheid met autonomie. Hierdoor kan het voor de volwassene eng zijn om op zichzelf te zijn, kan hij moeite hebben met zelfstandigheid en het nemen van beslissingen, en gevoelig zijn voor afwijzing.

Er kan hierbij ook sprake zijn van ‘verstrengeling’ waarbij de ouder zelf geen grenzen heeft en die van het kind keer op keer overschrijdt door zich te veel te mengen in de wereld van het kind.

De paradox is hier dat de overbetrokken ouder vaak handelt vanuit liefde en bezorgdheid, maar het kind daardoor de ervaringen ontneemt die het nodig heeft om later stevig op eigen benen te staan.

Subpatronen angstig hechtingspatroon

De verschillende vormen van angstige hechting

Zoals ik op de pagina over het vermijdende patroon schreef, gaat het bij informatie over hechting eigenlijk altijd over vier patronen. Maar net als het vermijdende hechtingspatroon, kent het angstige hechtingspatroon in de literatuur drie ‘subpatronen’. Ook bij deze varianten zie je een andere manier waarop mensen met emoties omgaan, waardoor ze heel herkenbaar worden.

Hieronder geef ik een korte beschrijving van deze subpatronen op basis van het boek Vrij gehecht van Jeroen Hoekman, die deze subpatronen uitgebreid heeft uitgewerkt. Hierbij gebruik ik de terminologie – gepreoccupeerd in plaats van angstig – van Hoekman.

Voor een uitgebreidere beschrijving verwijs ik naar het boek zelf, waarin gedetailleerd beschreven wordt hoe de subpatronen eruitzien, hoe ze ontstaan en hoe je vanuit de (sub)patronen kunt toewerken naar een veilig hechtingspatroon.

Het hulpeloos-gepreoccupeerde hechtingspatroon

Bij mensen met dit subpatroon is het negatieve zelfbeeld heel zichtbaar door hun uitspraken, besluiteloosheid en hun passieve, afhankelijke houding. Ze voelen zich snel hulpeloos en zoeken dan bevestiging van de ander. Bij emoties hebben ze ook al gauw hulp nodig van een ander om deze te reguleren. Omdat ze zo van slag raken, vallen ze hierbij ook terug in hulpeloosheid: “Ik weet het ook allemaal niet meer, het zal wel weer aan mij liggen.”

Bij dit subpatroon ligt veel nadruk op het zorgen voor anderen. Dit geeft ze het gevoel dat ze bestaansrecht hebben. Als ze voor een ander belangrijk zijn, zullen ze niet verlaten worden. De ander kan dit ervaren als te veel bemoeienis. Voor zichzelf kan het uitputtend zijn omdat ze geen ‘nee’ kunnen zeggen en ze niet aan zichzelf toekomen.

Het boos-gepreoccupeerde hechtingspatroon

Mensen met dit subpatroon komen voor de buitenwereld zelfverzekerd over, maar hebben onderliggend een laag zelfbeeld. Als ze van slag zijn en hulp nodig hebben om hun emoties te reguleren, gebruiken ze boosheid en grillig gedrag om aandacht af te dwingen. Dit doen ze omdat dit in hun jeugd vaak de enige manier was om een reactie van de ouder te krijgen.

Ze zijn zeer alert op wat als persoonlijk onrecht voelt en reageren daar heftig op. Daarbij kunnen ze zo in beslag genomen worden door wat hun wordt aangedaan dat ze totaal geen oog hebben voor (de omstandigheden van) de ander.

Ze kunnen ook opdringerig of theatraal overkomen en moeite hebben met de grenzen van anderen. Frustratie uiten ze indirect, bijvoorbeeld via beschuldigingen, sarcasme of het bewust niet nakomen van afspraken. Als er iets misgaat en ze zich daar ongemakkelijk bij voelen, is er vrijwel altijd iemand anders verantwoordelijk. Niet uit kwaadwilligheid, maar omdat het ondraaglijk is om te voelen dat ze zelf tekortschieten. Door boos te worden op de ander, lokken ze een emotionele reactie uit zodat de ander zich schuldig voelt en de situatie of het relatieconflict oplost.

Net als het denigrerend-afwijzende hechtingspatroon kan dit subpatroon ook de basis zijn van narcisme, maar dan van de ‘verborgen’ vorm. Dit wordt ook beschreven door Hoekman, maar laat ik hier buiten beschouwing.

Meer over hechting lezen?

Leer de vier hechtingspatronen en hun subpatronen kennen en ga aan de slag om naar een (meer) zeker hechtingspatroon te groeien.

Cover van 'Vrij gehecht - Een praktisch boek over hechting en relaties' van Jeroen Hoekman

Het traumatisch-gepreoccupeerde hechtingspatroon

Bij mensen met dit patroon wordt het zelfbeeld bepaald door een trauma uit het verleden. Iemand blijft zichzelf bijvoorbeeld minderwaardig vinden, omdat hij vroeger in het gezin weinig aandacht kreeg, ook al is hij nu een succesvolle zakenman of artiest. Ze kunnen situaties in het heden koppelen aan hun trauma, vaak zonder dat daar duidelijke aanleiding toe is. Na een verjaardag met veel visite en aandacht, voelt iemand zich bijvoorbeeld toch alleen omdat één persoon – die niet eens echt belangrijk voor ze is – niet is gekomen.

Het verhaal rondom het trauma is zo belangrijk geworden dat ze niet meer loskomen van de gevoelens, terwijl ze wel weten dat deze gevoelens vanuit een trauma komen. Het trauma is als het ware een deel van de identiteit geworden. Voorbeeld: ‘Mijn vader verliet ons toen ik drie jaar was en daarom kan ik slecht tegen afwijzing.’ De angst om de pijn van vroeger weer te voelen maakt ze hyperalert voor situaties die dit gevoel opnieuw kunnen oproepen.

Ben je ook benieuwd hoe het gedesorganiseerde hechtingspatroon eruitziet en hoe het ontstaat? Lees dan verder op de volgende pagina. 

Verder lezen:

Silhouet van man die aan zijn hoofd krabt, symboliseert de verwarring van het gedesorganiseerde hechtingspatroon

Het gedesorganiseerde hechtingspatroon

Man met hand bij kin kijkt nadenkend, illustreert vraag wat verschil is tussen hechtingspatroon en hechtingsstijl

Hechtingspatroon of hechtingsstijl?

Formulier met multiple choice vragen als symbool voor hechtingstesten

Hechtingstesten

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang nieuwe blogs direct in je e-mail