Je kunt heel goed weten dat je partner van je houdt en je toch onzeker voelen wanneer die afstandelijk doet. Je kunt verlangen naar verbinding en tegelijkertijd dichtklappen zodra iemand emotioneel te dichtbij komt. Juist in liefdesrelaties worden oude hechtingspatronen vaak zichtbaar.
Hechting gaat over de manier waarop je als kind hebt geleerd om met nabijheid, veiligheid en afhankelijkheid om te gaan. Wanneer een ouder voldoende beschikbaar was, troost bood en aandacht had voor je gevoelens, leerde je dat je op anderen kunt vertrouwen. Maar wanneer aandacht wisselend, afstandelijk of onvoorspelbaar was, kon je andere manieren ontwikkelen om jezelf te beschermen. Die patronen verdwijnen niet vanzelf wanneer je volwassen wordt.
Waarom hechting juist in relaties zo sterk voelbaar is
Een partner komt emotioneel dichtbij. Daardoor kunnen kleine dingen veel sterker binnenkomen dan je rationeel zou verwachten. Een kort berichtje, een partner die zich terugtrekt na een ruzie of iemand die minder aandachtig reageert, kan ineens veel onrust oproepen. Je denkt misschien: waarom raakt dit me zo? Vaak reageert niet alleen je verstand, maar ook een ouder alarmsysteem. Je lichaam en emoties herkennen iets van vroeger: afstand, onzekerheid, niet weten waar je aan toe bent of het gevoel dat je er alleen voor staat.
Bij sommige mensen leidt dat tot verlatingsangst. Je zoekt meer bevestiging, wilt snel weten wat er aan de hand is en raakt onrustig wanneer je partner afstand neemt. Bij anderen gebeurt juist het tegenovergestelde. Nabijheid kan spanning geven, waardoor je je terugtrekt, gesprekken afhoudt of veel behoefte aan ruimte krijgt. Dat wordt vaak bindingsangst genoemd.
Wanneer twee hechtingspatronen elkaar versterken
Binnen relaties zie je vaak dat de ene partner bij spanning meer contact zoekt en de andere juist afstand neemt. Hoe meer de één wil praten, uitleg of geruststelling vraagt, hoe sterker de ander behoefte kan krijgen om zich terug te trekken. En hoe meer die afstand ontstaat, hoe onveiliger de eerste partner zich voelt.
Zo ontstaat een patroon waarin beiden zichzelf proberen te beschermen, maar elkaar juist steeds meer kwijtraken. De ruzie lijkt dan misschien te gaan over appjes, aandacht, seks, familie of huishoudelijke taken, terwijl daaronder een veel diepere vraag ligt: ben je er voor mij wanneer ik je nodig heb?
Hechting is geen vast etiket
Tegenwoordig wordt veel gesproken over veilige, angstige en vermijdende hechting. Die begrippen kunnen helpen om gedrag beter te begrijpen, maar ze kunnen ook te snel een etiket worden. Mensen zijn niet simpelweg “angstig gehecht” of “vermijdend gehecht”.
Je kunt je in de ene relatie veel veiliger voelen dan in de andere. Ook latere ervaringen hebben invloed. Bedrog, verlies, afwijzing of een relatie waarin je emotioneel weinig veiligheid hebt ervaren, kunnen ervoor zorgen dat je veel alerter wordt op afstand of afwijzing.
Hechting kun je daarom beter zien als een patroon dan als een vast persoonlijkheidstype.
Je partner kan oude pijn raken, zonder die te hebben veroorzaakt
Een partner kan iets in je raken wat ouder is dan jullie relatie. Wanneer je partner je verdriet niet lijkt te begrijpen, kan dat bijvoorbeeld dezelfde pijn oproepen als vroeger, toen er weinig ruimte was voor je gevoelens. Wanneer iemand tijdens een conflict wegloopt, kan dat een oud gevoel van verlaten worden activeren.
Dat betekent niet dat alles “aan jou ligt”. Wat er nu gebeurt, doet er wel degelijk toe. Maar wanneer je begrijpt waarom iets je zo diep raakt, ontstaat er meer ruimte om anders te reageren.
In plaats van boos te zeggen: “Jij geeft ook helemaal niets om mij”, kun je bijvoorbeeld leren zeggen: “Wanneer je wegloopt tijdens een conflict, merk ik dat ik heel onrustig word. Ik heb behoefte aan de zekerheid dat we hier later op terugkomen.”
Juist die kwetsbare laag is vaak veel belangrijker dan de boosheid of het terugtrekken dat aan de buitenkant zichtbaar is.
Veilige hechting betekent niet dat je nooit ruzie hebt
Een veilige relatie is geen relatie zonder conflicten. Ook mensen die zich veilig bij elkaar voelen worden boos, begrijpen elkaar verkeerd of trekken zich soms terug. Het verschil zit vooral in wat er daarna gebeurt.
Kun je terugkomen op een ruzie? Kun je erkennen dat je de ander hebt geraakt? Kun je luisteren zonder jezelf meteen te verdedigen? Kun je zeggen wat je nodig hebt zonder de ander verantwoordelijk te maken voor al je gevoelens?
Veiligheid ontstaat niet doordat alles altijd goed gaat. Ze groeit juist door de ervaring dat contact na spanning weer hersteld kan worden.
Hechtingspatronen kunnen veranderen
Wat je in relaties hebt geleerd, kan ook binnen relaties veranderen. Dat begint vaak met herkennen wat je doet wanneer je je onveilig voelt. Misschien ga je harder praten, pleasen, controleren, afstand nemen of doen alsof iets je niets kan schelen.
Onder dat gedrag zit meestal een behoefte: geruststelling, erkenning, ruimte, nabijheid of het gevoel dat je belangrijk bent. Wanneer je die laag beter leert herkennen, verandert vaak ook het gesprek met je partner. Dan gaat het minder over wie er gelijk heeft en meer over wat er werkelijk tussen jullie gebeurt.
Je verleden bepaalt dus niet hoe je relaties altijd zullen verlopen. Een partner kan oude pijn raken, maar een goede relatie kan ook nieuwe ervaringen geven: iemand die blijft wanneer het moeilijk wordt, ruimte voor je grenzen, herstel na ruzie en het besef dat nabijheid niet betekent dat je jezelf moet verliezen.
Soms lukt dat samen. Soms is begeleiding helpend om terugkerende patronen beter te begrijpen en te doorbreken.
Over de auteur:
Jolande Rommens-Musquetier is psychosociaal therapeut en relatietherapeut bij Minerva Counseling & Relatietherapie in Breda. Zij begeleidt volwassenen en stellen bij onder andere hechtingsproblemen, bindingsangst, verlatingsangst, trauma en terugkerende problematische relatiepatronen.
Meer informatie over hechting, individuele therapie en relatietherapie vind je op minervatherapie.nl.





