Hechting en trauma
Hechting en trauma zijn nauw met elkaar verbonden. Hoewel er bij onveilige hechting niet per se sprake hoeft te zijn van trauma, kan trauma wel leiden tot een onveilige hechting. Andersom kan een onveilige hechting ook bepalen hoe iemand met (nieuwe) traumatische gebeurtenissen omgaat. Maar wat is trauma eigenlijk?
Wat is trauma?
In het kort gezegd is een trauma een gebeurtenis uit het verleden die iemand niet heeft kunnen verwerken. Trauma ontstaat wanneer iemand een gebeurtenis ervaart die psychisch overweldigend is en zich daarbij machteloos voelt of de situatie niet kan beheersen.
Iedereen maakt wel eens moeilijke of vervelende dingen mee, maar niet alles wat je meemaakt leidt automatisch tot een trauma. Of iets traumatisch wordt, hangt af van de ernst van de gebeurtenis, hoe overweldigend het was en vooral ook van wat er daarna gebeurde.
Als je wordt opgevangen, beschermd en getroost nadat je iets ingrijpends hebt meegemaakt, is de kans groter dat het geen of minder blijvende gevolgen heeft. Stond je er echter alleen voor na een traumatische gebeurtenis, dan is de kans groter dat dit blijvende sporen achterlaat.
Bij trauma wordt vaak gesproken over trauma met de grote T, en trauma met de kleine t:
- Trauma met een grote T verwijst naar grote levensbedreigende of extreem schokkende gebeurtenissen. Voorbeelden zijn oorlog, verkrachting, een ernstig ongeluk, mishandeling of misbruik.
- Trauma met een kleine t verwijst naar minder extreme, maar toch ingrijpende gebeurtenissen die emotioneel veel impact hebben, vooral als ze herhaaldelijk voorkomen. Voorbeelden zijn kleine vormen van mishandeling, voortdurende kritiek, of pesten. Dit type trauma is soms moeilijker te herkennen, maar kan op de lange termijn eveneens ernstige gevolgen hebben.
Je kunt trauma ook indelen naar frequentie:
- Enkelvoudig trauma: een éénmalige gebeurtenis, zoals een ongeluk of getuige zijn van een schietpartij
- Meervoudig trauma: herhaalde traumatische ervaringen, bijvoorbeeld dagelijks uitgescholden worden door je vader of gepest worden op school.
Hechting en trauma
Om een veilig hechtingspatroon te ontwikkelen is het essentieel dat ouders of verzorgers sensitief reageren op de gevoelens van een kind en het kind helpen om weer tot rust te komen wanneer het van streek is. Als ouders dit niet of onvoldoende doen, moet het kind een strategie ontwikkelen om met die gevoelens om te gaan, wat de basis vormt voor het hechtingspatroon (afwijzend of gepreoccupeerd).
Wanneer een kind tijdens alledaagse situaties al weinig opvang en troost krijgt, is de kans groot dat het ook bij traumatische gebeurtenissen niet sensitief wordt opgevangen. Een peuter die overstuur is omdat het alleen in het ziekenhuis moet achterblijven, moet bijvoorbeeld ‘maar even sterk zijn’. Het kind moet dan zelf een manier vinden om met het trauma om te gaan, zoals onderdrukken, vermijden, ontkennen of dissociëren. Hierdoor raakt het afwijzende of gepreoccupeerde hechtingspatroon nog dieper verankerd of ontwikkelt het kind een ontwricht hechtingspatroon.
Nog ingrijpender is het als de ouders zelf de bron van de traumatische ervaringen zijn bijvoorbeeld bij mishandeling en misbruik. Het kind wil van het gevaar weg, maar tegelijkertijd steun en hulp zoeken. Dit onoplosbare dilemma leidt vaak tot een ontwricht hechtingspatroon, waarbij zowel afstand als nabijheid angst oproept.
Ook kan een jong kind dat eerder op weg was naar een veilig hechtingspatroon iets naars meemaken waarbij het niet opgevangen wordt, omdat de ouders bijvoorbeeld zelf ook getroffen zijn (bv een ernstig auto-ongeluk), in beslag genomen worden door de omstandigheden (ziekte of verlies van een ander kind) of omdat een kind tot geheimhouding wordt gedwongen. Dit kan alsnog een draai geven aan het hechtingspatroon.
PTSS en Complex PTSS
Posttraumatische Stresstoornis is een psychische stoornis die kan ontstaan na een trauma. Je spreekt van PTSS wanneer er sprake is van langdurige en intense klachten die het dagelijks leven beïnvloeden zoals nachtmerries of herbelevingen, vermijding, verhoogde waakzaamheid en een negatieve stemming.
Complexe PTSS ontstaat vaak na langdurig of herhaald trauma, zoals chronische mishandeling, verwaarlozing of andere ingrijpende ervaringen in de kindertijd. Naast de eerdergenoemde PTSS-symptomen kunnen mensen met complexe PTSS ook grote moeite hebben met vertrouwen, het reguleren van emoties en het aangaan van relaties. Complex trauma is daarom sterk verweven met hechting.
Speciale soorten trauma
Hieronder wil ik nog aandacht besteden aan drie speciale soorten van trauma die elk op hun eigen manier een grote impact op hechting kunnen hebben:
- Emotionele verwaarlozing
- Preverbaal trauma
- Intergereationeel trauma
Emotionele verwaarlozing
Een belangrijke vorm van trauma die vaak over het hoofd wordt gezien, is emotionele verwaarlozing. Hierbij krijgt een kind structureel onvoldoende emotionele steun, aandacht of troost, ook al wordt er aan de fysieke basisbehoeften zoals voeding en onderdak voldaan.
Een kind dat emotioneel verwaarloosd wordt, leert dat zijn gevoelens en behoeften er niet toe doen. Dit kan leiden tot een basaal gevoel van onveiligheid, onzekerheid in relaties en moeite met het uiten van emoties.
Hoewel emotionele verwaarlozing minder zichtbaar is, kan het een blijvende invloed hebben op hechting en de emotionele ontwikkeling. Daarbij is het ook een risicofactor voor nog meer trauma omdat deze kinderen na nare gebeurtenissen over het algemeen niet kunnen rekenen op emotionele opvang.
Hoogleraar Psychiatrie Jim van Os over emotionele verwaarlozing:
‘Bij dit soort ontwikkelingstrauma gaat het vaak niet om wat er fout ging, maar om wat er ontbrak. Troost. Spiegeling. Veiligheid. Iemand die je hielp je emoties te reguleren. Als dat structureel ontbreekt, leert een kind zichzelf te dragen terwijl het daar neurologisch nog niet toe in staat is. Dat vertaalt zich later vaak in eetproblemen, dwang, controle, angst en moeite met hechting. Niet omdat je zwak bent, maar omdat deze strategieën ooit hielpen overleven.’
Lees zijn hele reactie op de vraag ‘Kan langdurig emotioneel tekortkomen een trauma zijn?’ op Psychosenet.
Preverbaal trauma
Preverbaal trauma vindt plaats in de eerste levensjaren, voordat een kind kan praten. Omdat een baby geen woorden kan geven aan wat er is gebeurd, worden deze ervaringen lichamelijk en emotioneel opgeslagen. Een veelvoorkomende misvatting is dat een kind dat nog niet kan praten, niets zou onthouden. Maar deze ervaringen worden wel opgeslagen, alleen op een andere manier.
Omdat het hechtingspatroon zich al in deze fase ontwikkelt, spelen deze ervaringen hierbij een grote rol. Wanneer deze ervaringen later niet alsnog worden verwerkt, kunnen ze het hele leven blijven doorwerken en zich uiten in moeilijk te plaatsen psychische of lichamelijke klachten.
Een voorbeeld: Een baby wordt op bed gelegd door zijn moeder en vervolgens alleen thuisgelaten. De baby valt in slaap, wordt wakker en begint te huilen om aan te geven dat hij honger heeft. Omdat er niet op zijn signalen wordt gereageerd, raakt hij in paniek. Voor de baby voelt dit als een levensbedreigende situatie omdat hij niet kan overleven als er niemand komt om hem te voeden.
Als de baby niet snel wordt getroost en dit vaker gebeurt, kan hij het weggaan van een hechtingsfiguur onbewust gaan koppelen aan deze doodsangst. Later, in volwassen relaties, kan dezelfde hevige angst weer opspelen wanneer een partner even niet bereikbaar is. Dit kan ertoe leiden dat iemand ‘bevriest’ en aan niets meer toekomt totdat de partner weer reageert.
Vaak kan de volwassene deze angst echter niet goed plaatsen, omdat er geen koppeling is met een bewuste herinnering die onder woorden kan worden gebracht.
De laatste jaren is er ook steeds meer aandacht voor prenataal trauma (voor de geboorte) en geboortetrauma. Dit kun je ook zien als vormen van preverbaal trauma, waarbij de herinneringen in het lichaam opgeslagen zijn.
Intergenerationeel trauma
Tot slot wil ik nog intergenerationeel trauma noemen. Dit ontstaat wanneer de gevolgen van trauma van de ene generatie aan de volgende worden doorgegeven. Kinderen van ouders met onverwerkt trauma kunnen daardoor angst, onzekerheid of hechtingsproblemen ontwikkelen, ook als zij deze traumatische gebeurtenissen niet zelf hebben meegemaakt. Het kan voor hen daardoor vaak moeilijk zijn om te begrijpen waar hun problemen vandaan komen.
