Het gepreoccupeerde hechtingspatroon

Onder constructie

Moeder houdt baby dicht tegen zich aan en kijkt er aandachtig naar, toont afstemming en veilige hechting.

Vier voorwaarden voor de ontwikkeling van een veilig hechtingspatroon

Elk kind wordt geboren met de verwachting dat zijn ouders goed voor hem zullen zorgen. Als ouders aan deze verwachting voldoen, kan een kind een veilig hechtingspatroon ontwikkelen. Maar wat is daar nu precies voor nodig?

In elk boek over hechting of opvoeding wordt dit weer anders beschreven. Hieronder benoem ik de vier voorwaarden die volgens mij de kern het beste samenvatten

Om een veilig hechtingspatroon te ontwikkelen heeft een kind ouders of verzorgers nodig die:

  1. een warme en intieme relatie met het kind opbouwen, waarin zowel ouder als kind voldoening en plezier beleven;
  2. afstemmen op de behoeften van het kind;
  3. zorgen voor een balans tussen autonomie en veiligheid;
  4. het kind leren om zijn emoties te reguleren.

Hieronder zal ik deze voorwaarden toelichten. 

Warmte, intimiteit en wederzijds plezier

Voor een gezonde ontwikkeling is het essentieel dat de moeder (of een andere verzorger) en haar kind – samen een warme en intieme relatie opbouwen. Dit betekent dat er niet alleen functioneel voor het kind wordt gezorgd, maar dat er ook sprake is van liefdevolle aandacht met oogcontact, aanraking en speelsheid, en er samen genoten wordt van het contact.

Wanneer de moeder actief investeert in deze warme en intieme relatie, ervaart het kind zichzelf als gewenst en waardevol. Het leert dat nabijheid veilig is en dat contact iets is wat vanzelf ontstaat en prettig is voor beide partijen. Hiermee krijgt een kind een stevige basis voor een veilig hechtingspatroon. Wanneer deze warmte en intimiteit structureel ontbreken, kan een kind nabijheid gaan ervaren als onveilig of belastend, wat van grote invloed is op zijn latere relaties.

Moeder met kind op schoot ontdekken samen bloemen in een bloemenveld, illustreert wederzijds plezier als voorwaarde voor veilige hechting

Afstemming op het kind

Afstemming betekent dat een ouder de signalen van het kind opmerkt, begrijpt wat het nodig heeft en hier sensitief en op tijd op reageert. Als een baby bijvoorbeeld huilt, probeert de ouder te begrijpen wat er aan de hand is: heeft het honger, pijn, is het moe of heeft het behoefte aan aandacht, en reageert daar passend op. Ook houdt afstemming in dat ouders zich aanpassen aan de basisbehoeften van een kind, zoals de behoefte aan veiligheid, continuïteit en structuur.

Wanneer een ouder meestal goed afgestemd is, leert het kind dat zijn gevoelens ertoe doen en dat het veilig is om zichzelf te zijn. Dit draagt dus bij aan een veilig hechtingspatroon. Als afstemming vaak ontbreekt, moet het kind manieren vinden om met dat gemis om te gaan. Het gaat dan zijn emoties onderdrukken en zich terugtrekken of – als dit (soms) loont – juist extra aandacht vragen. Deze strategieën vormen de basis van de andere hechtingspatronen.

Peuter kijkt afwezig met samengeknepen lipjes alsof emoties worden ingeslikt, illustreert ontstaan onveilige hechting

Afstemming is overigens niet hetzelfde als een kind zijn zin geven om conflicten te vermijden of het tevreden te houden. Bij afstemmen erken je de emotie van het kind, maar doet niet per se wat het kind wil.

Bijvoorbeeld: een peuter wil niet in de autostoel. Bij afstemmen zeg je: “Ik zie dat je boos bent, je wilt niet vastzitten, dat is vervelend hé?” Maar je zet het kind wel in de stoel, want veiligheid gaat voor. 

Meer over hechting lezen?

Leer de vier hechtingspatronen en hun subpatronen kennen en ga aan de slag om naar een (meer) zeker hechtingspatroon te groeien.

Cover van 'Vrij gehecht - Een praktisch boek over hechting en relaties' van Jeroen Hoekman

Balans tussen autonomie en veiligheid

Elk kind heeft van nature een drang om de wereld te gaan ontdekken. Voor een gezonde ontwikkeling is het belangrijk dat een kind dat kan doen met begeleiding die past bij zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Een peuter heeft bijvoorbeeld de fysieke aanwezigheid van een ouder nodig die let op de veiligheid, maar die het kind ook voldoende ruimte geeft om zelf dingen te proberen en zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Wanneer een peuter naar een nieuw voorwerp toe loopt, zal het kijken naar de ouder of dit veilig is. Als de ouder instemmend knikt of hem aanmoedigt, weet het kind dat het goed is en verder kan gaan. Wanneer het toch nog te spannend is, kan het kind teruggaan naar de ouder waar hij zich veilig voelt en om hulp kan vragen.

Wanneer er onvoldoende veiligheid is doordat de ouder afwezig of afgeleid is, moet het kind spanningen bij het ontdekken zelf oplossen en dus ook weer terugvallen op andere strategieën zoals het onderdrukken van zijn emoties of juist extra aandacht vragen. Maar wanneer de ouder juist te vroeg ingrijpt of het spel veelvuldig overneemt, dan krijgt het kind de boodschap dat hij zelf niets kan en beter maar alles aan een ander kan overlaten. Ook hierbij is ‘afstemming’ op de behoeften van het kind dus cruciaal voor de ontwikkeling van een veilig hechtingspatroon. (Lees ook de blog: Niet vallen hoor!)

Ook grenzen zijn een vorm van veiligheid: ze geven houvast en voorspelbaarheid en helpen een kind omgaan met frustratie, teleurstelling en ook om zichzelf te begrenzen.

Naarmate het kind ouder wordt, is het voor de ontwikkeling belangrijk dat ouders steeds een stapje terug doen, maar wél beschikbaar blijven als veilige basis om op terug te vallen.

Peuter speelt geconcentreerd met blokken op kleed, illustreert ontdekken vanuit veilige basis

Hulp bij emotieregulatie

Een kind is van nature niet in staat om zijn emoties te begrijpen en goed te reguleren. Dit moet hij leren in contact met de ouders en verzorgers. In het begin gaat dit grotendeels non-verbaal. Als een baby huilt omdat hij geschrokken is, en de ouder hem sussend aankijkt, hem rustig oppakt en vasthoudt, ervaart hij dat de situatie veilig is. Als er vaak genoeg sensitief op pijn, ongemakken en emoties van het kind gereageerd wordt, dan leert het kind: gevoelens komen en gaan, en ik kan – met of zonder hulp van anderen – weer tot rust komen.

Daarnaast is het ook belangrijk dat ouders woorden geven aan de emoties van het kind. Dit helpt hem om zijn emoties te gaan herkennen en begrijpen en ook om erover te kunnen communiceren. Het kind kan dan als het wat ouder is ook leren dat veel dingen met praten opgelost kunnen worden of dat praten kan opluchten. Uiteindelijk zal een kind dat zijn eigen gevoelswereld kent en begrijpt, leren dat anderen ook een eigen gevoelswereld hebben en zich hierin kunnen verplaatsen. (Lees ook de blog: De kracht van woorden)

Ook is het belangrijk dat een kind leert hoe het met grote emoties om kan gaan. Fysieke activiteiten, zoals rennen of voetballen, kunnen boosheid kalmeren of spanning verminderen. Ouders kunnen hier zelf het goede voorbeeld in geven.

Als kinderen niet leren om hun emoties goed te reguleren, moeten ze ook hierbij weer terugvallen op andere strategieën zoals vermijding of hulpeloosheid. Dit kan op latere leeftijd leiden tot allerlei psychische, sociale en relatieproblemen.

Vader houdt huilende baby troostend tegen zich aan, illustreert helpen bij reguleren van emoties

Een veilig hechtingspatroon

Als ouders in voldoende mate aan deze voorwaarden voldoen dan ontwikkelt een kind dus een ‘veilig’ hechtingspatroon. Het ontwikkelt vertrouwen in zichzelf en anderen en kan zijn emoties goed reguleren.

Het is hiervoor niet nodig dat ouders het altijd goed doen, maar dat ze over het algemeen sensitief en beschikbaar zijn. Hoe een veilig hechtingspatroon eruitziet, lees je hier.

Hoe was jouw jeugd?

Er zullen mensen zijn die in het bovenstaande herkennen wat er in hun jeugd ontbrak. Dat er bijvoorbeeld geen warme en intieme relatie was, dat er onvoldoende op hun behoeften werd afgestemd, dat er geen goede balans was tussen veiligheid en autonomie of dat ze van hun ouders niet hebben geleerd hoe ze met hun emoties om moeten gaan.

Omdat deze aspecten sterk met elkaar samenhangen, komen ze meestal ook samen voor. Bij de een kan dit echter veel duidelijker zijn dan bij de ander, hoewel het ook in de minder duidelijke gevallen grote gevolgen kan hebben. In de ernstige gevallen kun je spreken over ‘emotionele verwaarlozing’, wat erkend wordt als een vorm van trauma.

Hoe een gebrek aan deze voorwaarden leidt tot een afwijzend, gepreoccupeerd of ontwricht hechtingspatroon, lees je op de betreffende pagina’s.