‘Nee hoor, ik ben niets tekort gekomen, mijn ouders hebben altijd hun best gedaan …’
Elke psychisch hulpverlener komt ze wel eens tegen: mensen die om hulp vragen omdat ze in de knoop zitten met zichzelf, maar bij vragen over vroeger direct hun ouders gaan verdedigen. Ze hadden het bijvoorbeeld financieel moeilijk, ze hadden gezondheidsproblemen of het waren gewoon ‘andere tijden’ dan nu. ‘En ik heb altijd gekregen wat ik nodig had, kleding en eten en cadeaus voor mijn verjaardag. Dus nee hoor, ik ben niets tekort gekomen.’
Dit is vaak een teken van een idealiserend-afwijzend hechtingspatroon.
Wat is een idealiserend-afwijzend hechtingspatroon?
Net als alle mensen met een afwijzend hechtingspatroon hebben deze mensen als kind geleerd dat hun emoties er niet toe deden, omdat zij werden afgewezen als zij om emotionele steun vroegen. Kenmerkend voor het idealiserend-afwijzende subpatroon is dat deze mensen hun werkelijke gevoelens verstoppen achter schilderachtige tafereeltjes die de pijnlijke waarheid van hun jeugd verhullen. Maar als je goed luistert, hoor je vooral over functionele zaken die goed geregeld waren en weinig tot niets over emotionele warmte of steun.
Waarom is dit moeilijk te doorbreken?
Het is moeilijk om dit patroon te doorbreken omdat deze mensen niet over vroeger willen praten. Ze willen hun ouders niet de ‘schuld’ geven van hun problemen in het heden. Mogelijk haken zij zelfs af als de hulpverlener ‘over hun jeugd blijft doorzagen’.
Het is lastig om deze mensen te laten zien dat het niet gaat om schuld, maar om een verklaring. Het gedrag van de ouders kan een verklaring geven voor hun problemen in het heden. Ook al hebben de ouders met de mogelijkheden die zij hadden echt hun uiterste best gedaan, kan iemand nog wezenlijke dingen zijn tekortgekomen die een kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Ook kunnen zij ‘er niet naar toe willen’ omdat het ideaalbeeld verbreken met pijn gepaard gaat. Zij houden liever vast aan het beeld van ‘hun lieve, zorgzame ouders’ dan de realiteit onder ogen te zien. Ze ontkennen liever dat moeder bijvoorbeeld vooral met haar eigen behoeften bezig was en dat vader erg weinig emotioneel en fysiek aanwezig was. Of dat er nog grotere problemen speelden zoals bijvoorbeeld narcisme bij een van de ouders.
Het rouwproces: de weg naar herstel
Wanneer het lukt om door deze verdediging heen te breken en het besef komt dat ze als kind toch heel wat tekortgekomen zijn, dan breekt er een periode van rouw aan. Er moet afscheid genomen worden van het ideaalbeeld en de pijn die als kind niet gevoeld kon worden, komt boven.
Soms kan dit besef pas komen nadat de ouders zijn overleden. Maar het kan ook dat iemand de ouders dan juist de ouders nóg meer gaat idealiseren.
Deze rouw kan de eerste stap zijn in een proces waarin iemand zijn problemen kan gaan erkennen en kan gaan werken aan een ‘veilig’ ofwel ‘vrij’ hechtingspatroon.
Herken je dit?
Wil je meer weten over het afwijzende hechtingspatroon? Ga dan naar:




